Wettelijke regelgeving

Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. Gemeenten zijn verplicht een archeologiebeleid op te stellen. In het archeologiebeleid wordt de verhouding tussen archeologie en ruimtelijke ontwikkeling vastgelegd. De wet heeft gevolgen voor ruimtelijke plannen en vergunningverlening.

Verplichting

De belangrijkste verplichting als gevolg van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is dat de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingsplannen en projectbesluiten / (postzegel-)bestemmingsplannen rekening moet houden met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. De gemeente Geldermalsen heeft daarom beleid opgesteld over de omgang met archeologie bij bodemverstoring. In de nota staat beschreven op welke manier de gemeente volwaardig en efficiënt invulling geven aan de verplichtingen die de Wet op de Archeologische Monumentenzorg met zich meebrengt.

Verwachtings- en beleidsadvieskaart

Het beleid is gebaseerd op basis van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart die door RAAP Archeologisch Adviesbureau is opgesteld in opdracht van de gemeente Geldermalsen. De kaart geeft aan waar bepaalde archeologische waarden zich bevinden of te verwachten zijn. Hoe hoger de verwachting van een gebied, hoe groter de kans dat er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn.

Het kaartmateriaal wordt gebruikt bij de beoordeling van (wijziging van) bestemmingsplannen, ontheffingsprocedures en voor bouw- en aanlegvergunningen. De kaart is een middel om in een zo’n vroeg mogelijk stadium van het planvormingsproces en ruimtelijke ontwikkelingen de archeologische waarden in te schatten.

De beleidsnota en de kaart zijn op 28 november 2006 door de Raad vastgesteld en herziening op 24 november 2015

Gemeente als bevoegd gezag

De gemeente is verantwoordelijk voor een goed archeologiebeleid en geldt ook als bevoegd gezag bij de naleving ervan.